Skip to content

Spion op de toren

De spion op de toren

De spion op de toren

‘De voetstappen hebben halt gehouden. Waarom komt er niemand naar buiten? Gekraak van de planken vloer. De deur waar hij zich achter verschuilt wordt verder opengeduwd. Dan verschijnt een voet, een kleine, blote voet. Een windvlaag dwarrelt rond de toren en laat de rok erboven wat opwaaien. Een vrouw! Zijn spieren ontspannen weer een beetje. Even is hij uit het veld geslagen en weet hij niet wat hij moet doen. Voorzichtig schuift hij de ponjaard terug in de gordel, onder zijn hemd. Daarbij raakt zijn arm de deur, heel zacht, maar hard genoeg om te worden gehoord door iemand die vlakbij staat. Geschrokken draait de vrouw zich om. Gielis schiet overeind. Voor ze het op een gillen kan zetten, heeft hij al een hand over haar mond gedrukt en zijn vrije arm om haar heen geklemd. Ze worstelt om los te komen, raakt hem met een elleboog pijnlijk in zijn buik.

September 1574, de Tachtigjarige Oorlog is aan de gang. Het dorp Zoetermeer is bezet door de Spanjaarden, maar de Geuzen, op weg naar Leiden, komen steeds dichterbij. Gielis heeft zich aangesloten bij de geuzen. Vanwege zijn stadse uiterlijk wordt hij door admiraal Boisot als spion naar Zoetermeer gestuurd. Daar moet hij kijken hoe de geuzenvloot het snelst kan oprukken naar Leiden, om de stad te ontzetten. Op de kerktoren ontmoet hij Duyfke, die hem informatie geeft en hem helpt te ontsnappen aan de Spanjaarden, hoewel zij katholiek is en hij de Nieuwe Leer aanhangt. Eenmaal terug op de vloot, blijkt zijn informatie zeer waardevol. Terwijl de geuzen door de Spaanse linies bij Zoetermeer weten te breken, kan Gielis de mooie Duyfke maar niet uit zijn hoofd zetten.