Het verraad loert
Dit is het zelfstandig te lezen vervolg op ‘De verdwenen grenadier’. Het is 1809. Holland zucht onder het juk van de Fransen. Alle handel met Engeland, de vijand van de Fransen, is verboden en voedsel en werk zijn schaars. Voor velen is smokkelen de enige manier om in leven te blijven, maar de jacht op smokkelaars wordt steeds grimmiger. Matthijs’ pogingen om werk te vinden lopen steeds weer op niets uit. Dan duikt Sijmon, spion voor de prins van Oranje, onverwacht weer in Alkmaar op. En hij vraagt Matthijs om hulp: er moeten brieven met een gevaarlijke inhoud naar Amsterdam gesmokkeld worden.
‘Gebukt slopen ze weg, ervoor zorgend zo weinig mogelijk geluid te maken, Jan voorop, Maarten en Aart achter hen. (—–) In een ondiepe duinpan, beschut door struikgewas, hield Jan stil. Hij bracht een vinger naar zijn lippen. Doodstil luisterden de mannen naar de geluiden van de nacht. Ergens kraste een uil en ritselend zocht een muis of een hagedis een goed heenkomen onder de takken. Alles leek rustig. Plotseling stonden ze er, bovenop een duintop, groot en dreigend, met het bajonet op hun geweer gestoken, zo’n vijftig meter van hen vandaan.’


