Het oog van de duivel
Op de dag na haar 18e verjaardag krijgt Fleur Meerhof een vreemde verjaardagskaart van een onbekende afzender: SFE France. Ze is die kaart al bijna vergeten als ze van de Nederlandse Spoorwegen een boete krijgt toegestuurd voor zwartrijden. Op de daarin genoemd datum zat ze echter gewoon op school. Kort daarna ontvangt ze brieven van de bank met een bankpasje en een pincode voor een bankrekening waarvan ze zeker weet dat zij hem niet geopend heeft. Navraag bij de bank levert meer vragen dan antwoorden op. Haar laatste jaar op de middelbare school lijkt heel wat spannender te worden dan ze had verwacht..
‘Ik heb hier genoeg van.’ Fleurs stem trilde van woede. ‘Kom op, Evelijn, we halen onze spullen. Wilt u zo vriendelijk zijn ons met jullie auto naar een hotel te brengen? Wij willen weg. Nu! En wat u zegt over meneer Elsinga klopt niet. Toevallig heb ik in Francueil zijn fabriek bezocht en met iemand gesproken die hem heeft gekend. Trouwens: hij heeft u, meneer Lodewijks, een brief gestuurd. Die heb ik in mijn handen gehad.’
‘Blijft de vraag: wat doen we met dat andere meisje. We kunnen haar niet blijvend ‘rustig houden’, om jouw plan met injectienaalden een naam te geven.’
“De heren hadden immers veel te verliezen. Als bekend werd wat voor project zij gefinancierd hadden en wat zich op het Chateau de Lunay had afgespeeld zou hun reputatie voor altijd geschaad zijn en zouden ze hun invloedrijke posities kunnen verliezen. De zaak moest dus de doofpot in. Voor veel geld werden de beste advocaten van het land aangetrokken om justitie ervan te overtuigen dat alles op een misverstand berustte en dat de meisjes niets was aangedaan.”


